
Gasveiligheid staat hoger op de agenda dan ooit. In Nederland, Europa en daarbuiten zien toezichthouders dat het hebben van procedures, installaties of meetapparatuur alleen niet meer voldoende is. Wat steeds nadrukkelijker wordt gevraagd, is aantoonbaar inzicht: begrijpt een organisatie haar gasrisico’s écht, zijn medewerkers competent, worden risico’s continu gemonitord en is er aantoonbare beheersing?
Veranderingen in de industrie
Tegelijkertijd verandert de industriële praktijk. Energievoorzieningen verschuiven, processen worden complexer, installaties verouderen en de druk op medewerkers neemt toe. Veel van deze veranderingen verlopen geleidelijk. Juist daardoor blijven nieuwe risico’s vaak onder de radar; tot een incident, inspectie of handhaving ze plots zichtbaar maakt. Inspecteurs en veiligheidsdeskundigen kijken steeds scherper naar risico’s die zich niet altijd direct manifesteren.
Hieronder beschrijf ik elf aandachtspunten op het gebied van gasveiligheid die in toenemende mate de aandacht trekken. En ik beschrijf wat je kunt doen om de regie te houden.
1. Waterstof: van pilot naar praktijk
Waterstof wordt in rap tempo toegepast binnen de olie- en gassector, energieopwekking en de energietransitie. Met die opschaling groeit ook de verwachting dat waterstof net zo zorgvuldig wordt beheerst als traditionele brandstoffen.
Dat is niet vanzelfsprekend. Waterstof lekt sneller, ontsteekt makkelijker en heeft een veel breder explosief bereik dan koolwaterstoffen zoals aardgas. Bestaande aannames in ontwerp, ATEX-zonering en detectiestrategieën komen daardoor onder druk te staan.
Toezichthouders vragen steeds vaker of bestaande veiligheidsstudies en detectiesystemen nog passend zijn zodra waterstof wordt geïntroduceerd. Wie die herijking niet maakt, loopt zowel veiligheids- als compliance (naleving)-risico’s.
2. Verborgen gasrisico’s bij batterijopslag (BESS)
Battery Energy Storage Systems worden op grote schaal uitgerold. De aandacht gaat daarbij vaak uit naar elektrische veiligheid en brand, maar bij falende lithium-ion batterijen kunnen ook brandbare en toxische gassen vrijkomen.
Tijdens thermal runaway kunnen onder andere waterstof en koolmonoxide ontstaan, soms nog vóór zichtbare brand. In containers of gesloten ruimtes kan dit leiden tot explosieve atmosferen en vertraagde ontsteking.
Van organisaties wordt steeds vaker verwacht dat zij deze scenario’s expliciet meenemen in risicoanalyses, gasdetectie en noodprocedures. Het label “laag bezet” of “onbemand” is daarbij geen afdoende argument meer.
3. Methaan en biogas in afvalwaterzuivering
Bij rioolwaterzuiveringen nemen anaerobe vergisting en biogaswinning toe. Dat levert duurzaamheid op, maar ook hogere en wisselende methaanconcentraties, vaak in besloten ruimten.
Inspecties richten zich nadrukkelijk op de vraag hoe methaan wordt beoordeeld, gemonitord en beheerst, zeker tijdens niet-routinematige werkzaamheden zoals onderhoud of reiniging. Statische of verouderde risicoanalyses zijn lastig te verdedigen in dynamische processen.
Een actueel, locatiespecifiek inzicht in gasgedrag wordt steeds meer de norm.
4. Kooldioxide: onderschat risico in productieomgevingen
CO? blijft een terugkerend aandachtspunt in handhaving binnen de voedingsmiddelen- en drankenindustrie en farmaceutische sector. In slecht geventileerde ruimtes is kooldioxide een ernstig verstikkingsgevaar.
Door verdere automatisering en gesloten productielijnen verwachten toezichthouders dat CO?-risico’s helder zijn benoemd, continu worden bewaakt en begrepen worden door álle aanwezigen inclusief contractors en tijdelijke krachten.
Ontbrekende of onduidelijke alarmering maakt CO? al snel tot een serieus compliance (naleving) -probleem.
5. Gasveiligheid tijdens stops en turnarounds
Onderhoudsstops en turnarounds komen opvallend vaak terug in ongevalsonderzoeken. Ongebruikelijke procescondities, gewijzigde installatiestaten en veel externe medewerkers vergroten de kans op fouten.
Toezichthouders verwachten dat gasdetectie en verantwoordelijkheden tijdens deze periodes net zo strak zijn georganiseerd als tijdens normaal bedrijf. Tijdelijke “blinde vlekken” zijn achteraf nauwelijks te verdedigen.
De omgang met afwijkende bedrijfsvoering zegt veel over de volwassenheid van het veiligheidsmanagement.
6. Competentie onder druk
Kennis en ervaring zijn cruciaal voor gasveiligheid, maar staan onder druk door personeelstekorten, verloop en uitbesteding. Aannames op basis van “ervaring” alleen worden steeds minder geaccepteerd.
Onduidelijkheid over alarmbetekenis, gasgedrag of noodprocedures kan zelfs goed ontworpen systemen ondermijnen. Praktische ondersteuning van besluitvorming, zeker onder tijdsdruk, wordt daarom steeds belangrijker.
7. Omgevingsinvloeden op gasdetectie
Temperatuur, vocht, stof en vervuiling hebben directe invloed op sensoren. Vooral in buitenopstellingen en infrastructuurprojecten kijken inspecteurs kritischer naar de betrouwbaarheid van metingen onder praktijkomstandigheden.
Als meetdata de basis vormt voor werkvergunningen of besloten-ruimte-toegang, moet aantoonbaar zijn dat systemen ook onder die omstandigheden betrouwbaar functioneren.
8. Verouderde installaties en legacy-systemen
Veel industriële locaties zijn organisch gegroeid. Oude leidingen, afdichtingen en detectiesystemen sluiten niet altijd meer aan op huidige processen.
Bij inspecties blijkt regelmatig dat documentatie en werkelijke situatie uiteenlopen. Wanneer detectiestrategieën niet meebewegen met wijzigingen, wordt aantoonbare beheersing lastig.
9. Fouten bij betreden van besloten ruimten
Incidenten in besloten ruimten blijven aanleiding voor handhaving. Metingen vóór betreding zijn essentieel en mogen nooit worden vervangen door aannames of eerdere meetresultaten.
Veranderingen elders in het proces kunnen eerdere conclusies snel ongeldig maken. Herhaalbare, robuuste metingen blijven een van de belangrijkste veiligheidsbarrières.
10. Nieuwe koelmiddelen, nieuwe risico’s
De overstap naar koudemiddelen met een lage GWP introduceert vaak andere brandbaarheids- of toxiciteitskenmerken. Detectie, training en noodplanning moeten daarop worden aangepast.
Risicoanalyses die zijn gebaseerd op oude koudemiddelen voldoen simpelweg niet meer.
11. Van “aanwezig” naar aantoonbaar
Toezichthouders willen niet alleen zien dát maatregelen bestaan, maar ook hoe en wanneer ze worden gebruikt. Bewijsvoering wordt belangrijker dan aannames.
Losse systemen en handmatige logboeken maken audits lastiger. Met elkaar verbonden, transparante oplossingen bieden sneller inzicht en meer zekerheid.
Vooruitkijken: maak tijd voor veiligheid
Operationele veranderingen en toezicht nemen niet af. Organisaties die inzicht hebben in hun actuele en toekomstige gasrisico’s staan sterker, zowel technisch als organisatorisch.
Bij Hitma ondersteunen we organisaties bij het vertalen van deze ontwikkelingen naar praktische oplossingen: van risicoanalyse en mapping tot detectiestrategie en van training tot systeemkeuze. Zo blijft beveiligen met behulp van gas- en vlamdetectie beheersbaar, inzichtelijk en toekomstbestendig. Wil je hierover een keer van gedachten wisselen met onze specialist gas- en vlamdetectie Peter Adema? Plan dan een gesprek met hem in.